Wetsvoorstel wet Vbar: wat is het precies en wat nu?
Update 14-11-2024: Op 11 november 2024 heeft de Raad van State besloten dat het wetsvoorstel (Vbar) herzien dient te worden omdat het wetsvoorstel niet voldoende duidelijk is. De handhaving van de zzp-wet DBA per 1 januari 2025 is wel definitief goedgekeurd door de Raad van State. Bedrijven worden dus wel gecontroleerd op de samenwerking met zzp’ers.
Wat houdt het wetsvoorstel Vbar in?
Het nieuwe wetsvoorstel Verduidelijking Beoordeling Arbeidsrelaties (Vbar) die gepland staat in januari 2026 in te gaan heeft een grote impact op het werken met zzp’ers.
Daarnaast stopt per 1 januari 2025 het handhavingsmoratorium van de DBA-wet. Een wet die begin 2016 is ingegaan maar waar kort daarna door de politiek is ingegrepen. Vanaf dat moment legde de fiscus de verantwoordelijkheid van de werkrelaties tussen zzp’ers en opdrachtgevers bij de partijen zelf neer.
Dat gaat vanaf 1 januari 2025 veranderen.
Waarom is de Vbar ingezet als wet?
Rond 2023 werden de plannen over het Vbar-wetsvoorstel al aangekondigd in de media. Maar exacte plannen en datums zijn later pas duidelijk geworden. Het wetsvoorstel Vbar wordt ingezet door de fiscus om een beter beeld te krijgen van de werkrelatie tussen zzp’er en opdrachtgever. Er wordt gecontroleerd op de werkwijze hoe de zzp’er het werk verricht, wanneer het werk wordt gedaan en of de opdracht een ‘kop en staart’ heeft. Veel van de zzp’ers werken over het algemeen op urenbasis. In het nieuwe wetsvoorstel is een minimumgrens van gemiddeld €32,24 gesteld. Is het uurloon gemiddeld lager, dan is dat volgens de fiscus verdacht en is de kans heel groot dat zij daarop verder gaan controleren.
Daarbij wordt de focus gelegd op de werkrelatie tussen de werkverschaffer en de zzp’er.
Maar waar wordt dan op gelet?
Een werkrelatie tussen ‘werkgever’ en ‘werknemer’ ziet er volgens de fiscus als volgt uit:
- De verplichting tot het persoonlijk verrichten van arbeid
- Tegen betaling van loon
- Onder het gezag van de werkverschaffer
Bij een werkrelatie met een zzp’er mag van bovenstaande 3 punten geen sprake zijn.
Als zzp’er (zelfstandige ondernemer) bepaal je zelf wanneer en hoe het werk wordt uitgevoerd. Vaak wordt een zzp’er ingehuurd als ‘professional’ voor een bepaald project. Doorgaans voor organisaties die daar zelf geen werknemers voor hebben die het project kunnen oppakken.
Het klinkt allemaal heel logisch en simpel, maar waarom dan toch het wetsvoorstel Vbar?

Waarom dit nieuwe wetsvoorstel gedaan?
De hoofdreden van het wetsvoorstel Vbar is om duidelijkheid te scheppen en zoveel mogelijk schijnzelfstandigheid tegen te gaan. De overheid is ervan overtuigd dat er te veel zzp’ers als ‘schijnzelfstandige’ bij bedrijven aan het werk zijn. De bestaande DBA-wet kan op bepaalde punten worden verbeterd en verduidelijkt, vinden zij.
Hiervoor wil de fiscus los van het nieuwe wetsvoorstel dan ook strenge controles gaan uitvoeren waarbij ze mede op de volgende onderdelen letten:
- Indicaties die aanwijzingen geven dat men als ‘werknemer’ werkt binnen een organisatie
- Indicaties die aanwijzen dat de werkzaamheden als ‘zelfstandige’ worden uitgevoerd
- De hoeveelheid ondernemerschap die de zzp’er bij opdrachten inbrengt tijdens de uitvoering
Als de eerste indicatie tijdens de controle negatief is, kan kan theoretisch worden uitgegaan van een zelfstandige werkrelatie tussen beide partijen. Maar in de praktijk zal men hierop zeer kritisch controleren. Indien niet duidelijk kan worden aangetoond dat er ‘ondernemersrisico’ door de zzp’er wordt gelopen bij de uitvoering van de opdracht dan zal snel worden beoordeeld dat er sprake is van een arbeidsrelatie als ‘werknemer’.
Een eerste goede stap om dit te voorkomen is bijvoorbeeld om de opdracht uit te voeren op basis van een vast aangenomen bedrag in plaats van op uurbasis. Daarnaast zal overtuigend moeten worden aangetoond dat de zzp’er een echte ondernemer is.
Wat is de relatie tussen Wet DBA en het wetsvoorstel Vbar?
De Wet Deregulering Beoordeling Arbeidsrelaties (DBA) is de voorloper van de Vbar wet. Bij deze wet is de criteria ‘werkt iemand als schijnzelfstandige’ het belangrijkst. Deze wet is om zzp’ers te checken of ze niet onder het werkgeversgezag werken (werk onder toezicht van een werkgever). Doen ze dit wel dan worden ze automatisch gezien als werknemer in plaats van zelfstandige (zzp’er). Deze wet bestaat al een langere tijd en er wordt tot 31 december 2024 niet gecontroleerd of organisaties en zzp’ers deze wet correct opvolgen. Voor deze wet geldt sinds de invoering van het handhavingsmoratorium in 2016 dat het de verantwoordelijkheid van beide partijen is dat ze niet onder werkgeversgezag samenwerken.
Het wetsvoorstel Verduidelijking Beoordeling Arbeidsrelaties (Vbar) is een vervolg op de Wet DBA. De wet is bedoeld als een verduidelijking en aanscherping van de Wet DBA. Het wetsvoorstel wil men in januari 2026 invoeren.
De paniek die zzp’ers en organisaties op dit moment ervaren komt hoofdzakelijk door het vervallen van het handhavingsmoratorium per 1 januari 2025. Vanaf dat moment wordt er namelijk strenger gecontroleerd op de regels van de DBA-wet. De overheid/ fiscus mag vanaf dat moment bij overtreding van de regels ingrijpen en zo nodig boetes opleggen (het eerste jaar (2025) wordt dit bij goedwillende organisaties nog niet doorgevoerd) aan organisaties die de zzp’ers binnen hun organisatie niet als echte zelfstandige laten werken.
Wat nu als zzp’er?
De hoofdreden om deze wetten door te voeren en te handhaven is dat de fiscus schijnzelfstandigheid wil ontmoedigen. Dit houdt in dat er vanaf 1 januari 2025 streng wordt gecontroleerd op de uitvoeringssituatie van de werkzaamheden, de werktijden en de professionaliteit van de zzp’er. Een zzp’er die dezelfde werktijden, verdiensten en vergelijkbaar werk als werknemers doet, loopt een groot risico om als ‘werknemer’ te worden aangemerkt.
Als zzp’er heb je hoogstwaarschijnlijk zelf de keuze gemaakt om zelfstandig ondernemer te worden. Hierbij horen officieel bijvoorbeeld eigen gereedschappen, voorzieningen, werktijden en vrije keuze van de uitvoering.
De fiscus kijkt mede naar het ondernemersrisico dat je als zzp’er loopt. Als je jarenlang voor dezelfde opdrachtgever werkt zonder tussentijds te wisselen voor een uurvergoeding, is de kans groot dat dit als schijnzelfstandigheid wordt aangemerkt.
Met alle gevolgen van dien.
Minimaal moet aangetoond worden om als zelfstandige zzp’er te worden gezien:
- Meerdere opdrachtgevers, minimaal gemiddeld 3 per jaar
- Eigen materieel en voorzieningen voor het uitvoeren van het project (laptop, vervoer, gereedschap, ect)
- Het doen en aantonen van bedrijfsinvesteringen
- Professionaliteit, het zijn van een specialist voor bepaalde projecten zodat je deze zelfstandig kan uitvoeren
- De opdracht niet persoonsgebonden is en dat voor de uitvoering vervanging geregeld mag worden indien dit gewenst of noodzakelijk is
Wat nu als opdrachtgever?
Als je als opdrachtgever met zzp’ers werkt moet er goed gekeken worden naar hoe je precies omgaat met zzp’ers.
Voeren ze zelfstandig de opdracht uit zonder aansturing vanuit de organisatie?
Of zijn ze ingehuurd voor een specifiek project wat eigen werknemers niet kunnen uitvoeren?
De zzp’er die wordt ingehuurd moet echt projectmatig aan het werk zijn. Ieder project moet een ‘kop en staart’ hebben.
De zzp’er dient de opdracht dus op basis van een van te voren vastgestelde projectomschrijving op zijn eigen manier uit te voeren, op een zelfstandige manier. De zzp’er is vrij om zelf te bepalen hoe, wanneer en waar hij/zij z’n werk doet.
Meer weten?
Meer lezen over het wetsvoorstel VBar? Dan zijn de blogs van ZIPconomy en De Ondernemer goede bronnen om verdere informatie te krijgen over dit wetsvoorstel. Wil je meer weten over schijnzelfstandigheid, lees dan deze blog.